2018-09-20: Eeuwfeest

 

INFORMATIE

We vieren ons 100 jarig bestaan op 20 september 2018 in de Oranjerie te Roermond. Welkom aan alle aangemelde bijzondere genodigden en aan alle aangemelde leden.

Ons dagprogramma:

10:00 uur: Ontvangst.

10:45 uur – 12:30 uur: Ochtendprogramma o.l.v. Ria Oomen met meditatieve viering, jubileumtoespraken van Wilma van der Poel, Gouverneur T. Bovens en de Bisschop van Roermond, modeshows en opbrengst van de sociale actie.

12:30 – 13:45 uur: Lunch.

13:45 – 15:30 uur: Muziek en show met Guido Dieteren, Wendy Kokkelkoren, alco Borsboom en Lisa Portengen.

15:30 uur: Toost op het 100 jarig bestaan.

16:00 uur: Einde van het Programma.

We vieren dit feest samen met vele bijzondere gasten en ruim 750 leden van het KVG in Limburg.

Onze bijzondere gasten krijgen hun entreekaart plus eventueel een parkeerkaart binnenkort per post toegestuurd. Onze leden ontvangen hun entreekaart plus eventueel een parkeerkaart of bus instapkaart begin september via hun eigen afdeling.

De instapplaatsen en instaptijden van de bussen zijn als volgt:

Route 1 (86 personen) :8.30 uur Blerick, Schepenenplein (31 personen)

                                      8.50 uur Tegelen, bushalte Station, De Drink (55 personen)

Route 2 (39 personen) : 8.45 uur Venray, De Wetteling, Zuidsingel

Route 3 (44 personen) : 9.00 uur Panningen, zwembad de Waterloat, Wilhelminastraat

Route 4 (53 personen) : 8.45 uur Meerssen, Gemeenschapshuis de Stip, Pastoor Dom. Hexstr.10

Route 5 (110 personen): 8.15 uur Landgraaf, Station NS (74 personen)

                                      8.45 uur Beek, Onze Lieve Vrouweplein (36 personen)

Route 6 (54 personen) : 8.15 uur Heerlen, Sporthal A Gene Bek, Tacitusstraat 130 (28 personen)

                                     8.45 uur Geleen, Zwembad Glanerbroek, Kummenaedestraat 45 (26 personen)

Route 7 (37 personen) : 8.30 uur Simpelveld, Oranjeplein

Vertrektijden bussen:

16.30 uur terugreis route 1 t/m 4

16.45 uur terugreis route 5 t/m 7

Nieuwe aanmeldingen zijn helaas niet meer mogelijk.

We verheugen ons bijzonder om samen met u dit mooie feest te mogen vieren.

 

Bestuur KVG Limburg,

Wilma van der Poel, voorzitter.

 

***

Het was feest!

 

Op 20 september 2018 was het zover, we vierden ons honderd jarig bestaan.

Al voor tien uur in de morgen kwamen de eerste gasten, leden van het KVG Limburg en genodigden. Wat een feest was het om zoveel mensen te mogen ontvangen. Iedereen werd persoonlijk welkom geheten door Wilma van der Poel, voorzitter KVG Limburg en Marianne Nelissen, penningmeester KVG Limburg. We genoten van een kop koffie of thee met een petitfour met het logo van onze vereniging. Om half elf begon het programma met een welkom door Wilma van der Poel, die daarna  Ria Oomen-Ruijten voorstelde, onze dagvoorzitter. Tijdens  de meditatieve viering ‘Veelzijdige vrouwen’ onder leiding van Marielle Beusmans, adviseur identiteit KVG Limburg, dachten we na over de kwaliteit van de leden van het Vrouwengilde van nu en vroeger. Daarna begon de modeshow, toegelicht door Henriette Hanraets, voorzitter van de afdeling Tegelen, en mede georganiseerd door José Brouns, bestuurslid KVG Limburg. Prachtige mode uit de jaren dertig, met bijpassende beelden en muziek. In haar  jubileumrede vroeg Wilma van der Poel of er dames in de zaal waren die al langer dan vijftig jaren lid waren. En ja, die waren er, wel vier dames. Ook waren heel veel dames aanwezig die al langer dan 25 jaar lid waren. Prachtig om zo trouw aan onze vereniging te zijn. Haar toespraak ging over de veranderende rol van de vrouw in de laatste honderd jaar en de relatie met het KVG van vroeger en nu. Het tweede deel van de modeshow volgde met mode, beelden en muziek uit de vijftiger jaren. Daarna was het woord aan onze gouverneur, dhr. Bovens. Ook hij sprak over historie, van onze provincie en de betekenis van het Vrouwengilde. Na de gouverneur keken we naar de mode uit de jaren zestig en zeventig. Vervolgens sprak mgr. Schnackers, vicaris-generaal van het bisdom Roermond. Een bijzondere toespraak over de positie van de vrouw, mede in relatie tot de katholieke kerk. We voelden ons aangesproken en gehoord. De modeshow presenteerde ons daarna  de mode rondom het jaar 2000. Als afsluiting van het ochtendprogramma maakten we bekend dat we ter gelegenheid van het jubileum geld hadden opgebracht voor laaggeletterde vrouwen in onze provincie en in Tanzania. De opbrengst van onze actie voor Tanzania  bedroeg € 3.919,58.

We genoten van een heerlijke lunch met warme en  koude  gerechten. Maar we genoten vooral van elkaar en het feestelijke gevoel. Dit gevoel werd in het middagprogramma alleen maar sterker, met het optreden van Wendy Kokkelkorn, Guido Dieteren en  Falco Borsboom. En tussendoor bracht Lisa Portengen ons in zeven  stappen naar geluk.

Onze dagvoorzitter wist steeds de juiste woorden te vinden om iedereen aan te kondigen en te bedanken. En bij het einde van het dagprogramma bedankten we haar, voor haar charmante en innemende presentatie van onze dag.

Bij het verlaten van de theaterzaal ontvingen alle aanwezigen ons jubileumboek. Een interessant  naslagwerk met interviews over de betekenis van het Vrouwengilde.

We gingen naar de ‘Salle de Fête’ om te toosten op ons honderd jarig bestaan. We zijn natuurlijk trots op onze vereniging en wensen haar een goede toekomst toe. Met een gezellige borrel spraken we nog lang met elkaar en sloten we  ons feest af.

U kunt de toespraken van de voorzitter van het KVG, de gouverneur of de vicaris-generaal nalezen op onze website. Dit geldt ook voor de tekst van de meditatieve viering. En natuurlijk zijn er foto’s.

Geniet nog even na en wij willen iedereen die meegewerkt heeft of aanwezig was nogmaals van harte bedanken. Ook zijn we heel blij met de vele positieve reacties die we mochten ontvangen.

Wilt u het jubileumboek bijbestellen, dat kan door leden via hun eigen afdeling, door niet-leden door contact op te nemen met onze penningmeester. De kosten bedragen € 7,50 exclusief verzendkosten.

 

Wilma van der Poel, voorzitter KVG Limburg.


***

Toespraak Wilma van der Poel (download)

Toespraak bij het 100 jarig bestaan van het KVG Limburg, 20 september 2018.

 

Lieve dames en heren,

Wat ben ik blij dat u allen vandaan hier aanwezig bent om met elkaar te vieren dat het Vrouwengilde Limburg 100 jaar is geworden!

100 jaar lang bestaat de koepel van het Vrouwengilde in Limburg. Al 100 jaar en nog wat langer zijn er afdelingen van het Vrouwengilde in Limburg, waarbij vandaag in ons midden leden van de afdeling Roermond die dit jaar ook 100 jaar bestaat.

Al 100 jaar lang ontmoeten vrouwen elkaar bij het KVG, geweldig!

Vele leden zijn heel trouw aan onze vereniging en al vele jaren lid. Daarom wil ik u eens vragen:

-          Zijn er dames in de zaal die al 50 jaar of langer lid zijn en zo ja, wilt u eens gaan staan als dat mogelijk is of uw hand opsteken

-          Wilt u nog even blijven staan en willen de dames die al 25 jaar of langer lid zijn ook gaan staan of hun hand opsteken

-          Willen alle andere leden van het Vrouwengilde ook gaan staan!

Geweldig, wat zijn we samen een prachtige vereniging!

Gaat u zitten en dank u wel.

Als voorzitter van het KVG Limburg wil ik vanmorgen nog één keer stil staan bij onze geschiedenis en de betekenis van onze vereniging.

Hoe was dat in 1918?

De bisschop van Roermond nam het initiatief om de ‘Diocesane Katholieke Vrouwenbond’ op te richten. Met als doel: medewerking verlenen aan de ontwikkeling en bloei van het godsdienstig en maatschappelijk leven van vrouwen, in hun persoonlijk leven , hun  huisgezin en in de maatschappij.

Ik heb gelezen in de ‘Doorkijk’, het ledenblad van het KVG Nederland en ik heb gehoord uit gesprekken met oud-bestuurders van het KVG Limburg dat vrouwen benaderd werden door meneer pastoor met het verzoek om een plaatselijke afdeling van het KVG op te richten. De kern van die afdelingen waren de beroemde drie O’s: ontmoeten, ontplooien en ontwikkelen. Bisschops Wiertz vertelde me dat zijn moeder al lid was, in de vijftiger jaren. Voor haar was het het enige persoonlijke uitje, naast haar drukke gezin en haar werk in de winkel die nodig was om in het bestaan te voorzien. Bij het vrouwengilde ontmoette je elkaar en kreeg je informatie over allerlei onderwerpen. Veel bezinning, maar ook leuke uitstapjes. En dat had je als vrouw wel nodig: vóór de oorlog had je geluk als je een vrouw was uit de betere kringen, je had je personeel voor het huishoudelijke werk, maar evengoed was je enige taak zorgen voor man en kinderen. Dat die man en kinderen op de juiste manier leefden, daar werd je succes aan afgemeten. Het was not done zouden we nu zeggen om buitenshuis betaald werk te verrichten. Na de oorlog was het aanploeteren voor velen, de wederopbouw slokte de welvaart op, dus kookten vrouwen uit eigen moestuin, maakten ze kleding voor zichzelf en hun kinderen zelf, en vooral; ze hadden vele kinderen die gelukkig door de toegenomen hygiëne en verbetering van de gezondheidszorg allemaal volwassen werden. De foto’s van de grote gezinnen, met alle kinderen op leeftijd op een rijtje, kunnen we ons allemaal voor de geest halen.

Begrijpelijk dat de huisvrouwen van toen heel blij waren met het Vrouwengilde; de enige legitieme reden om alleen de deur uit te gaan.

Maar de geschiedenis gaat voort en toen de welvaart eindelijk begon toe te nemen, in de jaren 60 van de vorige eeuw veranderde ook de positie van de vrouw. Joke Smit pleitte voor gelijke verdeling van de huishoudelijke taken tussen mannen en vrouwen, zodat vrouwen ruimte kregen voor zichzelf.  Moderne priesters vertelden ons op de preekstoel dat als we het met ons eigen geweten konden verantwoorden het goed was als we besloten aan geboortebeperking te doen.  Katholieke en andere huisartsen lieten hun bezwaren vallen en schreven ons de pil voor. Zo werd ons gezin kleiner. Dus  hadden we langzamerhand meer vrije tijd die we invulden door parttime buitenshuis te gaan werken en actief een rol te spelen in ons Vrouwengilde.

We bereikten ons hoogtepunt met in onze provincie 27 afdelingen met samen bijna 5000 leden.

Rond 1975 vond de kentering plaats. Waar voor die tijd het het recht was van de gehuwde vrouw om een eigen huishouden te hebben en een man die voor haar zorgde, mede dank zij de wet uit 1936 waarin geregeld was dat alle vrouwelijke ambtenaren en onderwijzend personeel bij huwelijk eervol ontslagen werden, was het vanaf het midden van de zeventiger jaren niet meer gebruikelijk om te stoppen met werken bij huwelijk en later ook bij zwangerschap. Alleen maar huisvrouw zijn, was niet langer meer het doel van het leven. Je eigen baan, je eigen carrière werd de norm, je eigen geld verdienen en steeds meer luxe werd de standaard van het leven. Kinderen komen er pas als het echt de bedoeling is, meestal een of twee, soms drie als de eerste twee van hetzelfde geslacht zijn.

Deze verandering is van grote betekenis geweest voor onze vereniging. Jonge vrouwen hebben geen tijd meer, we zijn een vereniging van dames op leeftijd geworden.

Maar dat is een prachtig nieuw doel. We zijn anno 2018 een netwerk van 12 afdelingen en 2500 leden in onze provincie. Vandaag zijn we met ongeveer 1/3 van al onze leden hier aanwezig. Betrokken vrouwen, actieve vrouwen, die genieten van elkaar en van de mooie afwisselende programma’s. Daarom is het Vrouwengilde van nu nog steeds van groot maatschappelijk belang.

Vrouwen van 65, 66 of 67 jaar die nu stoppen met werken zijn vitale vrouwen. En wat is er een mooiere overgang van het werkende leven naar het niet-werkende leven dan lid te worden van onze vereniging en de eerste jaren actief te zijn als bestuurslid. Zelf  heb ik die keuze negen jaar geleden ook gemaakt en ik heb er nooit spijt van gehad.

Ik wens ons allen toe dat vele vrouwen deze stap maken en dat we samen nog jaren als trots Vrouwengilde mogen voortgaan.

Dank u wel.

 

Wilma van der Poel, voorzitter KVG Limburg.

***

 

Toespraak Gouverneur T. Bovens (download)

Bron: Provincie Limburg

***

Toespraak Mgr. Scnackers do 20 sept 2018 Oranjerie (download)

 

Geachte aanwezigen,

 

100 jaar katholiek Vrouwengilde. Dat is natuurlijk een respectabele leeftijd. Ik wil het een bijzonder kroonjaar noemen vanwege de grote staat van dienst, want een eeuw lang katholiek Vrouwengilde staat voor 100 JAAR ONTMOETING - 100 JAAR ONTPLOOIING - 100 JAAR ONTWIKKELING. Dit heeft het KVG nagestreefd, nu eens uitdagend, dan weer inspirerend maar altijd verbindend.

Maar eigenlijk is 100 jaar maar een korte tijd.  Het is pas 100 jaar dat vrouwen samen komen voor ontmoeting met het doel de talenten van vrouwen tot ontplooiing te brengen en in te zetten. Vrouwen voelden de behoefte met elkaar in gesprek te komen en met elkaar te delen wat hen bezig hield en om aandacht te vragen voor de eigen vrouwelijke benadering van maatschappelijke problematiek.

 

Het begin van de 20e eeuw mag men voor de vrouw een cruciale tijd noemen, waarin zij zelfbewust werd.  Het is ook interessant om te zien, hoe de oprichting van het KVG samenvalt met de tijd, waarin de roep om stemrecht voor de vrouw als maar luider werd. Het zou echter te ver voeren om hier nu die strijd om vrouwenkiesrecht te schetsen, maar het geeft wel de tijdgeest weer.

 

Ik zei: “Het is pas 100 jaar.”  In het geheel van de mensengeschiedenis dus heel recent.

Gedurende heel de mensheid, zolang als de mensheid bestaat, was het rolpatroon voor de meeste vrouwen duidelijk. Ze waren enkel echtgenote en moeder. Dat is zeker niet minderwaardig maar juist heel waardevol is. Goede ouders zijn immers belangrijk voor de kinderen. Die vaste persoon in het leven van een kind, is voor het kind van groot belang. Ooit zei een puber tegen mij: “Ik haat het briefje op tafel met de mededeling waar het een staat.” Daarvoor in de plaats is nu via het sms’je of het mailtje vaak een veelvoud aan berichtjes bij de puber binnen gekomen. Het kind staat niet op berichtjes te wachten. Hij/zij wil een vertrouwde persoon zien bij thuiskomst uit school. Met de opvoeding van kinderen heeft de moeder grote verdienste voor hun verdere leven. Wie mag opgroeien in een goed ouderlijk huis, kan daar zijn hele leven op teren.

 

‘Pas 100 jaar KVG’ wil helaas ook zeggen, dat gedurende die vele daaraan voorafgaande eeuwen van het mensdom evenzovele generaties vrouwen de talenten die ze in zich droegen, niet konden ontplooien. Het is belangrijk te erkennen, dat de heersende klasse van mannen niet vanuit zichzelf tot het inzicht kwam dat ze voorbijgingen aan de kwaliteiten van vrouwen. Neen, alle vooruitgang is door vrouwen zelf bevochten. Uit eigen ervaring herinner ik me, dat ooit in statuten van een gemengd, niet-kerkelijk zangkoor apart vermeld stond, dat de voorzitter een man diende te zijn.  Er was een kleine vrouwenopstand nodig om een statutenwijziging op dit punt doorgevoerd te krijgen.  

 

De erkenning van de vrouw is bovendien meer dan alleen het gelijkheidsbeginsel toepassen. Mijn ervaring is bovendien, dat de vrouw vaak aan die functies die zij bekleedt, een meerwaarde weet toe te voegen vanuit het vrouw-zijn. Ik ben deze mening toegedaan, omdat een vrouw – naar mijn overtuiging- meer kwaliteiten heeft dan een man. Een vrouw heeft meer oog voor de totaliteit van het leven. Ze heeft het leven in zich gedragen en ter wereld gebracht, het gekoesterd, verzorgd, bemoedigd, getroost. Ze heeft oog voor nood en angsten die het menszijn ook mee bepalen.

Niet voor niets neemt mw Merkel een andere positie in bij het vluchtelingedebat dan haar mannelijke collegae in andere landen. Als vrouw toont zij zich meer dan mannen gevoeliger voor de menselijke kant van dit drama. Zij heeft oog voor de nood van deze vluchtelingen en zegt daarom: “Of het nu uit de lengte of de breedte moet komen, maar ‘wir schaffen das’.”

 

Of om een ander voorbeeld te noemen: Vrouwen binnen een kerkbestuur beoordelen het parochiële  leven anders dan de mannelijke collegae. Mannen zeggen na afloop van het werkjaar: “Het is goed gegaan in onze parochie. We hebben weer 20.000 euro aan de reserves kunnen toevoegen. Verder is het dak vernieuwd en is er nieuw grind op het kerkhof uitgestrooid.” Vrouwen zullen vragen: “Inderdaad. Maar… wat gebeurt er aan contacten met gezinnen, met jonge ouders en hun kinderen en wat doen we aan hun noden? Hoe leggen we contact met de opgroeiende jeugd? Krijgt het armoedevraagstuk voldoende aandacht? Wat doen we aan de nood van mensen die verloren lopen? Wat is onze bijdrage aan de eenzaamheidsproblematiek?” Vrouwen hebben een ruimere blik op kerk en op samenleving dan mannen.

Kortom: Vrouwen hebben meer oog voor de binnenkant van het leven, voor het geheim van het leven, voor de waarde van het leven, voor de kwetsbaarheid van het leven en hoe daarin elkaar nabij en tot steun  te zijn.

 

Vanwege die meerwaarde  vind ik het daarom jammer, dat bij de aanduiding van een ambt of een functie of beroep de vrouwelijke aanduiding heeft plaats gemaakt voor de mannelijke omschrijving. Een vrouw noemt zich politicus en geen politica. Ze is voorzitter en geen voorzitster. Ze is leraar en geen lerares. Waarom die eigen vrouwelijke meerwaarde, waarop vrouwen zich mogen voorstaan, toch niet benadrukt?

 

Ik hoop toch niet, dat onze prinses van oranje  Amalia na haar troonsbestijging zich ‘koning’ gaat noemen. Nu scoort onze koning in de peilingen best goed, maar misschien ook wel omdat hij een koningin aan zijn zijde heeft.  Amalia zal tonen in staat te zijn om als koningin dat alles samen in haar eigen persoon te verenigen zoals de meer dan 100 jaren durende periode van koninginnen op de troon bewijzen.

 

“Waarom dan aan de rol van de vrouw in de Kerk geen grotere erkenning gegeven?”  is de vraag die natuurlijk nu op uw lippen brandt. “Waarom moet de vrouw zich haar plaats ook in de kerk op eenzelfde wijze bevechten als in de maatschappij?”  Het zijn zeker gerechtvaardigde vragen, die we niet voortdurend mogen ontwijken. Het is een teken van hoop, dat paus Franciscus ervoor pleit om vrouwen vanwege hun eigen specifieke inbreng gelijkelijk een plaats te geven in vertegenwoordigende kerkelijke bestuursorganen. Ik ben daar blij mee. Ook heeft hij opdracht gegeven om te onderzoeken, of het diaconaat niet ook voor de vrouw opengesteld zou kunnen worden.  Het zou mogelijk kunnen zijn, dat de paus op tegenwerking stuit. In elk geval is er nog een weg te gaan.

 

Natuurlijk verwacht u van mij als diocesaan administrator van het bisdom Roermond, dat ik ook stil sta bij de ‘K’  van ‘katholiek’  van het KVG. Of anders gezegd: dat ik inga op de relatie van het KVG tot de katholieke kerk. Die ‘K’ gaat mij natuurlijk aan het hart. Dat kan niemand van u mij kwalijk nemen. Ik mag aannemen, dat ik daarom ook ben uitgenodigd en het woord mag voeren.

 

Over die invulling van de ‘K’ is natuurlijk ook door uzelf als KVG veel nagedacht. Ook heeft het KVG zich altijd laten adviseren door de stafmedewerkster van de Dienst Kerk en Samenleving van ons bisdom. Ik wil daarom mijn benadering van de ‘K’ beschouwen als een opzetje, een ‘Denkanstoß’, zoals onze oosterburen het uitdrukken.

 

Gedurende de eerste  50 jaren van deze 100 jaar KVG zal de band met de plaatselijke parochie nog zeer innig geweest zijn. De kerk gaf de norm aan. Maar gedurende de laatste 50 jaar hebben zich binnen het KVG dezelfde ontwikkelingen voorgedaan die zich in de hele samenleving hebben voltrokken. De relatie naar de Kerk toe is een heel andere geworden en er zullen zeker stemmen geweest zijn, die ervoor gepleit hebben om de band met de kerk helemaal te verbreken en de letter ‘K’ te schrappen uit de naamaanduiding. Het schrappen van de ‘K’ werd soms beschouwd als een laatste logische stap in het proces van emancipatie. Ik zou dat zeer betreuren.  Mijn pleidooi is om te verhelderen dat het KVG ook een taak vervult binnen de Kerk opdat het zich ook verantwoordelijk kan voelen voor onze Kerk.  De opstelling van het KVG binnen de Kerk beschouw ik als een verrijking voor het kerk-zijn, van elkaar over en weer bevragen en ook over en weer elkaar ook iets bieden.  Bevragen betekent concreet, dat kerk bevraagd moet kunnen worden op haar standpunten, waarom ze iets zegt en waarom ze misschien niet overtuigt.  Wie zich niet laat bevragen, wil niet leren.

 

Misschien schaamt zich iemand van u voor de kerk. Ik kan dat begrijpen. Gebleken is, vooral in de laatste 10 jaar, dat de kerk even gebroken is als de hele samenleving en heel het mensdom. Ze had zichzelf op een arrogante wijze van die gebrokenheid verschoond geacht en met opgestoken vinger menigeen de les gelezen. Bovendien nam ze zichzelf in bescherming bij het openbaar worden van haar gebrokenheid ten koste van de slachtoffers. Dat is laakbaar. Macht corrumpeert. Ook kerkelijke macht. Misschien beter gezegd: Juist kerkelijke macht, want haar taak is te dienen en niet te heersen. Ik wil graag erkenning geven aan de pijn van slachtoffers maar ook aan de pijn van zo vele christengelovigen, leken en priesters, die - ondanks dit alles- nu  de kerk moeten dragen, haar verdragen en haar verder dragen. Juist bij dat verder dragen kan het KVG ons van dienst zijn.

 

De ‘K’ is in mijn ogen geen aanduiding zoals we iets wit of zwart noemen. De K staat voor wat we willen zijn en uitdragen: ze staat voor de christelijke inspiratie van het KVG. Het KVG laat zich door deze bezieling leiden. Deze nieuwe dynamiek vanuit een voortdurende herbronning vanuit het evangelie is voor iedere tijd een uitdaging. Die bezieling roept de beste eigenschappen in de mens wakker en stimuleert ze. Het moet voortdurend voortgaan, want stilstand is afgang. Het doet onszelf altijd afvragen: Waar sta ik voor? Waar ga ik voor? Wat zijn daartoe mijn inspiratiebronnen? Wat is mij heilig. Of: Wie is mij heilig? Het gilde kan de kerk en samenleving wijzen op de menswaardigheid van het menselijke bestaan en op de waarde van wat kwetsbaar is. In elk geval mogen we niet met de kaasschaaf onze katholieke of christelijke inspiratie verminderen.

 

Tenslotte: Het KVG wil altijd verbindend zijn.  Het wil de menselijke vragen en de evangelische verkondiging met elkaar in verband brengen. Moeders zijn in hun gezinnen degenen die altijd weer bijeenbrengen en verdeeldheid herstellen en bruggen slaan. Zo kan de Kerk van het gilde en andere vrouwenorganisaties leren over de diepmenselijke ervaringen, waarvoor  vrouwen meer antenne hebben dan de mannelijke collegae. Het helpt de kerk om deze verbindende eigenschappen in haar verkondiging en beleid te betrekken.
 

Terug naar de ‘K’ van het KVG. Wat houdt deze letter in? “Wat moet het KVG doen? Waar komt het op aan?” Op deze zelfde vraag  luidde het  antwoord van Jezus:  “Gij zult de Heer, uw God aanbidden met hart en ziel en de naaste als uzelf.”

Beter kan ik het niet samenvatten.

Dank u wel.

Mgr. Schnackers, vicaris-generaal van het bisdom Roermond

***